5. w kawiarni i restaruacje

 0    41 flashcards    joannadrezewska
download mp3 print play test yourself
 
Question
Answer

maaltijden

gangen

śniadanie
start learning
het ontbijt

de lunch

obiad późny
start learning
het avondeten

Przystawka
start learning
het voorgerecht

danie główne
start learning
het hoofdgerecht

het nagerecht

het toetje

het dessert

Czy uważasz to za smaczne?
start learning
Wat vind je lekker?

Uważam zupę pomidorową za (nie) dobrą.
start learning
Ik vind tomatensoep (niet) lekker.

Co kochasz/uwielbiasz
start learning
Waar houd je van?

Kocham, uwielbiam(Nie) potraw curry.
start learning
Ik houd (niet) van currygerechten.

Mam (nie) ochotę na gorąca czekolada z bitą śmietaną
start learning
Ik heb (geen) zin in warme chocolademelk met slagroom

Zupa smakuje?
start learning
Smaakt de soep goed?

Tak, zupa smakuje!
start learning
Ja, de soep smaakt heerlijk!

Zupa jest pyszna / pyszne!
start learning
De soep is verrukkelijk/ zalig!

Nie, zupa nie jest smaczna
start learning
Nee, de soep is niet zo lekker

Pani, zamawia słucham.
start learning
mevrouw, zegt u het maar.

Jako starter lubię sałatkę z łososia jako danie główne i lasagne warzywnego.
start learning
Als voorgerecht wil ik graag de zalmsalade en als hoofdgerecht de groentelasagne.

Dobrze, i co pijesz?
start learning
Prima, en wat will u drinken?

wytrawne, białe wino, proszę
start learning
Een droge, witte wijn, alstublieft

Spójrz, na białym winie i łosoś sałatki.
start learning
Kijkt u eens, een witte wijn en de zalmsalade.

Bedankt

Czy smakowało?
start learning
Heeft het gesmaakt?

To było pyszne, dziękuję.
start learning
Het was heerlijk, dank u.

I główne danie, lasagne warzyw.
start learning
En dat het hoofdgerecht, de groentelasagne.

Czy podać coś do picia
start learning
Wilt u nog iets drinken

Dzięki. Tak, lasagne warzyw jak czerwone wino.
start learning
Bedankt. Ja, bij de groentelasagne graag een rode wijn.

Proszę, czerwone wino.
start learning
Alstublieft, een rode wijn.

Lekker!

Proszę pani, czy chciałbyś deser?
start learning
Mevrouw, wilt u nog een dessert?

Oczywiście, proszę
start learning
Natuurlijk, alstublieft

Biorę owoce z lodami waniliowymi.
start learning
Ik neem het fruit met vanille-ijs.

Świetnie zaraz podam.
start learning
Prima, komt eraan.

Proszę, twój deser.
start learning
alstublieft, uw dessert.

Dziękuję, i może ja też rachunek, proszę?
start learning
Dank u wel, en mag ik ook de rekening, alstublieft?

Proszę, to €
start learning
Alstublieft dat is dan€

Dziękuję i do widzenia
start learning
Bedankt en tot ziens

€ ... proszę. Niech reszty nie trzeba
start learning
Alstublieft €... Laat de rest maar zitten


You must sign in to write a comment