Latijn les 16

 0    25 flashcards    lhilhorst
 
Question -
Answer -

omnis, -e (ev)
start learning
1 ieder, elk 2 (ge)heel

familie, huishouden

adesse (+dat)
start learning
aanwezig zijn (bij)

omnes (mv m/v)
start learning
1 (bnw) alle 2 (znw) allen

omnia (mv o)
start learning
1 (bnw) alle 2 (znw) alles

pf van protegere (= beschermen)

parentes (mv)
start learning
ouders

ingens, ingent-
start learning
enorm, gelukkig

vreugde

niet meer

fortis, -e
start learning
1 dapper 2 sterk

similis, -e
start learning
gelijk

brevis, -e
start learning
kort

desinere
start learning
ophouden

dus, dan

pf van accedere (= 1 gaan naar 2 naderen)

vox, voces
start learning
1 stem 2 uitspraak

later

maaltijd

communis, -e
start learning
gemeenschappelijk

invitare
start learning
uitnodigen

optimus, -a, -um
start learning
best, zeer goed

dulcis, -e
start learning
1 zoet 2 lief

pf van tradere (= overhandigen)

illustris, -e
start learning
aanzienlijk, beroemd


You must sign in to write a comment