Werkwoorden op frekwentie

 0    302 flashcards    esthernov
download mp3 print play test yourself
 
Question
Answer

beginnen
begin, begint, beginnen; begon, begonnen; ik ben begonnen
start learning
start

blijven
blijf, blijft, blijven; bleef, bleven; ik ben gebleven
start learning
stay

uitstelgedrag
Iederen stelt wel eens iets uit, maar 20% van de mensen lijdt er ernstig aan: uitstelgedrag
start learning
procrastination


het aantal
start learning
the number of

afhankelijk
start learning
dependent


general

all


always


otherwise

the car

intention

het beetje
start learning
the bit

the beginning

start

understand


known

het belang
start learning
the importance

belangrijk
start learning
important

certain

reach

existence

mean

better


nearly

bijvoorbeeld
start learning
for example

special

within

the book


moreover

bring

the bri

the bride

cent

over there

therewith

thereafter

therefore




dat betrek
start learning
that involves

the part

think


dergelijke
start learning
such

the door


same



the thing






clear




previously


actually


each other


single





equally

the fact


to happen

het gebied
start learning
the area

use


entirely

the money


believe

the case



het gezicht
start learning
the face

yesterday

the God


the group




the hand




all







the head


hearing



house



someone

something







the boy



the time


the church


the child

little

the knee





the country







life


appear


the month


the power


the man




Human




de minister
start learning
the minister

maybe

the mother


possible



the name


natuurlijk
start learning
of course




nothing









because



the eye




the couple

to grab

the party, team



the place


try

het probleem
start learning
the problem

already

write

only


sometimes

the species

the game

speak


the city


strongly


against


while

the time

while

nevertheless



between


second



the hour



the father





tell






follow

next

according to


especially

the form


the question


de vrijdag
start learning
the Friday

the woman


wherein


whose

when

because


the water

the week

weather


the road



the world

work

to work





the word

become

the case



certainly



themselves





the sentence




such a

without

so many

shall

opstaan
ik stond op; wij stonden op
Jezus is opgestaan
start learning
stand up
ik ben opgestaan
ik sta op, jij staat op, wij staan op

tegenkomen
toevallig ontmoeten, zien en even spreken. Ik kom ze niet vaak tegen, maar gisteren kwam ik ze wel tegen, en vorige week ben ik ze ook al tegengekomen.
start learning
come across
kwam komt van komen en gaat hier samen met tegen

vragen
ik vroeg haar of ze een goede school wist. Ik vroeg haar of ze me advies kon geven. Ik vroeg haar me te adviseren. Ik vroeg haar om wat geld. Ik vroeg haar om een stukje papier. Ik vroeg haar om advies.
start learning
ask
Om hoort bij vragen

toegestaan
het is toegestaan.
start learning
allowed
Iemand staat het toe

zitten
Hun zoontje zit op een katholieke school. Vorig jaar zat hij op een openbare school. Hij heeft op verschillende typen scholen gezeten.
start learning
sit
zaten komt van zitten

afgelopen
afgelopen zomer/ vorige zomer
start learning
last

raad aan
raadde hoort bij aan. Aanraden. Ik raad aan. Ik raadde aan. De buurvrouw raadde een katholieke school in de buurt aan. Wat raad je me aan?
start learning
recommend


You must sign in to write a comment