VEURS 5vwo Aardrijkskunde begrippen

 0    208 flashcards    l151428
download mp3 print play test yourself
 
Question
Answer

absolute afstand
start learning
de afstand uitgedrukt in kilometers

absolute ligging
start learning
de unieke ligging van een plaats in het graadnet

afstandsverval
start learning
het verschijnsel dat de interactie tussen gebieden afneemt naarmate de afstand toeneemt

amerikanisering
start learning
de verbreiding van de Amerikaanse (westerse) cultuur over niet-westerse gebieden

andersglobalisten
start learning
groep internationale actievoerders die zich verzet tegen de huidige, sterk door de mno's vormgegeven, globalisering

backwash-effecten
start learning
negatieve invloed van een gebied (meestal centrum) op de economische ontwikkeling van een ander gebied (meestal de periferie)

blokvorming
start learning
landen zoeken aansluiting en steun bij elkaar om hun positie (vooral economisch en militair) te versterken

communicatie- en informatietechnologie
start learning
alle technieken die het mogelijk maken op elektronische wijze te communiceren en informatie van het ene punt naar het andere punt te verspreiden

culturele globalisering
start learning
proces waarbij een grotere verwevenheid ontstaan tussen cultuurgebieden

culturele identiteit
start learning
centrale waarden van een cultuur waaraan een volk zijn eigenheid ontleent

dekolonisatie
start learning
proces waarbij de kolonies zelfstandig worden

economische globalisering
start learning
het proces waarbij de verwevenheid tussen gebieden op economisch terrein toeneemt met name door de opkomst van mno's

exploitatiekolonie
start learning
een kolonie die door het moederland gebruikt wordt als winstgewest (leveren van grondstoffen, afzetmarkt)

geografische mobiliteit
start learning
stroming van mensen, goederen, informatie en ideeën tussen gebieden

globalisering
start learning
het proces waarbij de verwevenheid tussen gebieden en samenlevingen op aarde toeneemt

global shift
start learning
een (mogelijke) verschuiving van het economische en politieke zwaartepunt van de landen rond de Atlantische Oceaan naar gebieden rond de Stille Oceaan

hegemoniale staat
start learning
een land dat gedurende een bepaalde periode grote delen van de wereld domineert op economisch, militair, financieel en cultureel gebied

imperialisme
start learning
het proces waarbij landen hun macht in andere delen van de wereld willen uitbreiden door gebieden te veroveren en te controleren

infrastructuur
start learning
het geheel aan verbindingen in een bepaald gebied: wegen, waterwegen, spoorwegen, vliegvelden, telefoon, telex, internet

interactietheorie van Ullman
start learning
theorie die ervan uitgaat dat uitwisseling van goederen, mensen of ideeën tussen gebieden alleen tot stand komt wanneer aan drie basisvoorwaarden is voldaan: complementariteit, transporteerbaarheid en geen tussenliggende mogelijkheden

lingua franca
start learning
de voertaal in een gebied waar meerde talen gesproken worden

lokalisering
start learning
de aanpassing van mondiale producten of diensten aan de lokale markt en cultuur

intercontinentaal knooppunt in een transportnetwerk

markteconomie
start learning
een economisch stelsel waarbij het functioneren van de markt bepaald wordt door het principe van vraag en aanbod en waarbij de rol van de overheid bescheiden is

mondialisering
start learning
het proces waarbij de verwevenheid tussen gebieden en samenlevingen op aarde toeneemt

verbindingen tussen gebieden en landen op economisch, politiek en sociaal-cultureel terrein

productieketen
start learning
de route die een product aflegt van idee of grondstof tot dienst of eindproduct

regionale identiteit
start learning
groepen mensen en gebieden koesteren hun identiteit en proberen de regionale kenmerken te behouden en te benadrukken

regionalisme
start learning
groepen mensen koesteren hun identiteit en proberen de regionale kenmerken te behouden en te benadrukken

relatieve afstand
start learning
de afstand uitgedrukt in tijd, geld en moeite die het kost om hem te overbruggen

relatieve ligging
start learning
de ligging van een plaats of gebied ten opzichte van andere plaatsen en gebieden

spread-effecten
start learning
de positieve economische invloed van een gebied op een ander gebied, zoals externe investeringen en overdracht van kennis, waardoor de welvaart in het gebied toeneemt

transportnetwerk
start learning
het geheel van transportlijnen met elkaar verbonden door knooppunten

transporttechnologie
start learning
technische voorzieningen die samenhangen met het vervoer van goederen en mensen

triade (triadisch netwerk)
start learning
het geheel van verbanden tussen de drie belangrijkste economische machtsblokken (VS, Japan en EU) in de wereld

tijd-ruimtecompressie
start learning
proces waarbij de relatieve afstand tussen plaatsen door de moderne transport- en informatietechnologie daalt

uitschuiving
start learning
proces van verplaatsing van bedrijven en functies vanuit een centrum naar buiten

vrijhandel
start learning
handel waarbij zo weinig mogelijk handelsbelemmeringen zoals invoerrechten bestaan

vestigingskolonie
start learning
een gebied waar kolonisten zich blijvend vestigen

wereldorde
start learning
de manier waarop de wereld op economisch, politiek en sociaal-cultureel terrein is georganiseerd

WTO (wereldhandelsorganisatie)
start learning
internationale organisatie, in 1995 door de westerse landen opgericht, met als doel de bevordering van de internationale handel, de beslechting van handelsconflicten en de opheffing van handelsbarières

Het binnenste deel van de aarde, waar warmte ontstaat

De dunne buitenste schil van de aarde, die bestaat uit continentale en oceanische korst.

aardkorstplaten
start learning
Delen van de aardkorst die als geheel bewegen ten opzichte van andere aardkorstplaten.

aardmantel
start learning
Het deel van de aarde waar de aardkorst op drijft.

aardverschuiving
start learning
Het in beweging komen van los verweringsmateriaal op hellingen.

Stollingsgesteente dat ontstaat bij vulkaanuitbarstingen in subductiezones.

asthenosfeer
start learning
Het gedeelte van de mantel dat gedeeltelijk vloeibaar is en waar de lithosfeer overheen beweegt.

Stollingsgesteente dat ontstaat bij vulkaanuitbarstingen.

bergstorting
start learning
een grote rotsmassa die over een helling naar beneden glijdt.

Gesteente dat onder invloed van rek of druk in de aardkorst breekt.

breukgebergte
start learning
Gebergte dat ontstaat als langs een breuk delen van de aardkorst omhoog komen.

Het deel van een stratovulkaan dat overblijft als de bovenkant van de vulkaan door explosieve uitbarstingen instort.

chemische verwering
start learning
Het oplossen van gesteente door de inwerking van water, zuren en zuurstof

conglomeraat
start learning
Een gesteente dat ontstaat wanneer lagen grind worden samengeperst.

convectiestroming
start learning
Het systeem van stromingen van gesteente in de mantel.

convergente plaatbeweging
start learning
De beweging waarbij aardkorstplaten naar elkaar toe bewegen.

Nieuw land dat ontstaat op de plaats waar een rivier in zee uitmondt en het sediment zich ophoopt.

diepzeetroggen
start learning
De diepste plaatsen in de oceaan die ontstaan bij convergente plaatsbewegingen.

divergente plaatbeweging
start learning
De beweging waarbij aardkorstplaten uit elkaar bewegen.

Laagte in het terrein die ontstaat doordat grotten in kalksteen instorten.

effusieve eruptie
start learning
Een rustig verlopende uitbarsting van een vulkaan.

endogene processen
start learning
Processen zoals aardbevingen, vulkanisme, platentektoniek en gebergtevorming die 'van binnenuit'op de aardkorst inwerken.

epicentrum
start learning
plaats aan het aardoppervlak die direct boven de haard van de aardbeving ligt.

De uitschurende werking van water, wind of ijs dat in beweging is.

Een trechtervormige riviermonding die ontstaat bij grote eb-en-vloedverschillen.

exogene processen
start learning
Processen zoals verwering, erosie en sedimentatie die 'van buitenaf' op de aardkorst inwerken.

explosieve eruptie
start learning
Een explosief verlopende uitbarsting van een vulkaan.

fysische verwering
start learning
Het verbrokkelen van gesteente door het bevriezen van water, temperatuurwisselingen of de werking van wortels.

gesteentekringloop
start learning
De doorgaande omvorming van stollingsgesteente naar sedimentgesteente naar metamorf gesteente.

Metamorf gesteente dat ontstaat uit graniet.

Stollingsgesteente dat ondergronds stolt bij intrusies.

De zijde van de breuk die omhoog is bewogen.

Vulkanen die niet liggen bij randen van aardkorstplaten maar veroorzaakt worden door mantelpluimen.

hydrologische kringloop
start learning
De kringloop van het water.

Magma dat ondergronds stolt. Hierbij ontstaat graniet.

Sedimentgesteente dat ontstaat door het samenpersen van schelpen en kalksteen.

karstverschijnselen
start learning
Alle verschijnselen die ontstaan door het oplossen van kalksteen.

Koolstofkringloop
start learning
De continue verplaatsing van koolstof tussen de atmosfeer, hydrosfeer, biosfeer en lithosfeer.

Metamorf gesteente dat ontstaat uit schalie.

lithosfeer
start learning
De aardkorst en het bovenste deel van de mantel dat als aardkorstplaten beweegt.

Metamorf gesteente dat ontstaat uit kalksteen

metamorf gesteente
start learning
gesteente dat ontstaat doordat bestaand gesteente onder druk komt en daardoor vervormt.

midoceanische rug
start learning
Het 'onderwatergebergte' op de oceaanbodem dat een wereldomspannend geheel vormt.

Het supercontinent dat ongeveer 225 miljoen jaar geleden bestond.

platentektoniek
start learning
Het bewegen van de aardkorstplaten.

Gesteente dat door druk in de aardkorst verbogen wordt.

plooiingsgebergte
start learning
gebergte dat ontstaat door de druk in de aardkorst waarbij gesteente geplooid en opgeheven wordt.

puinwaaier
start learning
De ophoping van stenen die door een aardbeving naar beneden zijn gevallen.

pyroclastisch materiaal
start learning
Al het materiaal dat bij een vulkaan uitbarsting in de lucht wordt geslingerd, zoals lava, as en stenen.

schaal van Mercalli
start learning
Schaal waarbij de intensiteit van een aardbeving wordt gemeten aan de hand van de hoeveelheid schade die is aangericht.

Schaal van Richter
start learning
Schaal waarbij de intensiteit van een aardbeving wordt gemeten aan de hand van de hoeveelheid energie die vrijkomt.

sedimentgesteente dat ontstaat door het samenpersen van lagen klei.

de kern van het continent, waar de oudste gesteenten voorkomen.

schildvulkaan
start learning
Een vulkaan die ontstaat doordat de dun vloeibare basaltische lava 'rustig' vanuit de krater uitstroomt en een uitgestrekt gebied kan bedekken.

Metamorf gesteente dat ontstaat als kleihoudend gesteente onder grote druk komt te staan.

Het losse materiaal dat door rivieren of de wind wordt meegenomen.

sedimentatie
start learning
Het ophopen van sediment op plaatsen waar de snelheid van water op wind afneemt.

sedimentgesteente
start learning
Gesteente dat ontstaat door het samenpersen van sediment.

De zijde van de breuk die omlaag is bewogen.

Metamorf gesteente dat ontstaat uit bruinkool.

stollingsgesteente
start learning
Gesteente dat ontstaat doordat vloeibare lava of vloeibaar magma stolt.

stratovulkaan
start learning
Kegelvormige vulkaan die bestaat uit een gelaagde opbouw van afwisselend as- en lavalagen.

Het wegduiken van oceaanbodem in de mantel.

transforme plaatbeweging
start learning
De beweging waarbij aardkostplaten langs elkaar bewegen.

Golven die ontstaan door aardbevingen op de bodem van de oceaan.

Het uiteenvallen van gesteente door inwerking van water, temperatuur, wortels en zuren

Sedimentgesteente dat ontstaat door het samenpersen van lagen zand.

afgeleide ontwikkeling
start learning
Andere partijen of gebieden bepalen de richting waarin en de manier waarop een gebied groeit.

In een gebied wordt het beste aan natuur, arbeid en kapitaal weggenomen of ingezet ten behoeve van een ander gebied.

agrarische involutie
start learning
steeds > ppl in de bevolkingslandbouw zonder dat het basispatroon van werken en productiviteit hierdoor wezenlijk verandert.

agribusiness
start learning
Een wereldwijd eco en pol netwerk over de productie van voedsel; v ontwikkelen van nieuwe gewassen t/m verkoop

agrochemische vervuiling
start learning
Het door de landbouw in de kringlopen brengen van schadelijke stoffen (mest, insectenbestrijdingsmiddelen).

assimilatie
start learning
Migranten passen zich zodanig aan de nieuwe samenleving aan dat ze onherkenbaar worden (eenzijdige beïnvloeding).

assimilatiepolitiek
start learning
Overheidsbeleid dat erop gericht is om minderheden onder te brengen in de culturele hoofdstroom.

autocratisch regime
start learning
Een dictatoriale regering die zich weinig aantrekt van de mening van de burgers.

autonome ontwikkeling
start learning
Het zelf kunnen bepalen van de richting waarin en de manier waarop je wilt groeien.

biodiversiteit
start learning
De soortenrijkdom aan planten en dieren.

braindrain
start learning
Het wegtrekken van de hooggeschoolde mensen uit een regio.

cirkelmigratie
start learning
Het heen en weer reizen van arbeidsmigranten tussen het herkomstgebied en het gebied waar men werk heeft.

complementariteit
start learning
Het ene gebied heeft iets te bieden waar in een ander gebied vraag naar bestaat.

culturele minderheid
start learning
Een bevolkingsgroep die zich niet verwant voelt met de culturele hoofdstroom van die staat (normen, waarden en tradities).

deagrarisatie
start learning
Het proces waarbij de landbouw snel aan betekenis inboet en mensen uitstoot.

duurzaamheid
start learning
zoekt evenwicht behoeften bewoners, de milieugevolgen, sociale gelijkheid; geen gevaar voor toekomstige generaties en kringlopen moeten intact blijven.

etnische minderheid
start learning
bevolkingsgroep die wat betreft afkomst (ras, volk) binnen een staat kleiner is dan de dominante bevolkingsgroep, vaak verweven met culturele minderheid.

federale staat
start learning
Een verbond van afzonderlijke staten die naar buiten optreden als één geheel (bondstaat). Bepaalde binnenlandse aangelegenheden regelen ze ook gezamenlijk (politie).

federalisme
start learning
Het streven naar politieke en culturele zelfstandigheid van gebieden binnen een staat.

good governance
start learning
transparante manier van besturen; bevolking heeft zeggenschap over besteding belastinggeld en kan regeringsbeleid controleren en beoordelen.

groene revolutie
start learning
modernisering vd landbouw door de toepassing van moderne kennis in de vorm van machines, kunstmest, hoogwaardig zaaigoed, fokvee en moderne irrigatie.

hazardmanagement
start learning
Een planmatige vorm van gevarenbeheersing door risico's in kaart te brengen, voorzorgsmaatregelen te nemen, en rampenplannen op te stellen en aan de hand daarvan te oefenen.

integratie
start learning
Migranten passen zich aan en maken deel uit van de samenleving zonder dat ze volledig onherkenbaar worden (wederzijdse beïnvloeding).

Een vulkanische modderstroom die bestaat uit een mengsel van water, as en modder.

landdegradatie
start learning
Het afnemen van de kwaliteit van de bodems in een gebied.

Stad van meer dan tien miljoen inwoners, die in de nationale economie een vooraanstaande rol speelt.

moslimfundamentalisme
start learning
Zie politieke islam.

nation building
start learning
Het proces waarbij gepoogd wordt een nationale eenheid en identiteit te smeden.

overurbanisatie
start learning
Een situatie waarbij het aantal inwoners van een stad sneller groeit dan het aantal banen en huizen dat beschikbaar is.

politieke islam
start learning
Het aan een religieus verleden ontlenen van claims door moslims over hoe de samenleving ingericht zou moeten worden (moslimfundamentalisme).

regionale autonomie
start learning
Situatie waarbij een gebied een zekere mate van zelfbestuur kent.

regionalisme
start learning
Een regio krijgt een aparte status binnen een staat, maar de politieke onafhankelijkheid is kleiner dan bij separatisme.

relatieve zeespiegelstijging
start learning
De stijging van de zeespiegel ten opzichte van het land, door bv absolute stijging vd zeespiegel, daling van het land (bijvoorbeeld door inklinking) of beiden

risicoanalyse
start learning
Het in kaart brengen van de natuurlijke risico's in een gebied.

risicoperceptie
start learning
Het persoonlijk inschatten van gevaren.

Het zodanig gebruikmaken van het natuurlijke milieu dat kringlopen beschadigd raken.

rurale involutie
start learning
Zie agrarische involutie.

separatisme
start learning
Een gebied wil een eigen politieke eenheid vormen door zich af te scheiden van een grotere politieke eenheid.

soft state
start learning
Een land met een zwak bestuur, vaak gekenmerkt door corruptie.

subcontracting
start learning
Het uitbesteden van werk en dus ook van verantwoordelijkheid aan onderaannemers.

Zie tropische cycloon.

transporteerbaarheid
start learning
Het kunnen vervoeren van een goed of dienst binnen een redelijke tijd en tegen aanvaardbare kosten.

tropische cycloon (taifoen)
start learning
Rondom het oog ontstaat een werveling van draaiende lucht. Dit diepe lagedrukgebied ontstaat bij sterk opstijgende lucht, vooral boven warm zeewater.

tussenliggende mogelijkheden
start learning
Alternatieve mogelijkheden tussen twee gebieden die complementair zijn.

urbane involutie
start learning
proces waarbij > ppl opgenomen worden in de stedelijke eco (met name de informele sector), zonder dat het basispatroon van werken en productiviteit hierdoor wezenlijk verandert.

vluchtsector
start learning
De informele dienstensector.

waterbalans
start learning
De hoeveelheid water die een gebied binnenkomt en uitgaat.

zwerflandbouw (ladangbouw)
start learning
Het steeds op een andere plaats uitoefenen van akkerbouw door stukken oerwoud plat te branden.

Stedelijk gebied gevormd door Amsterdam, Rotterdam, Den haag en utrecht met hun omgeving in een ring gelegen.

deltametropool
start learning
de wereldstad aan de monding van grote rivieren

grootstedelijke functies
start learning
activiteiten in bedrijvigheid, openbaar bestuur, kennis en cultuur, waarvan de bevolking in de wijde omtrek van de steden gebruikmaakt.

pendelzones
start learning
het gebied dat overlapt wordt door de herkomst en bestemmingsplaatsen van forensen

stedelijk netwerk
start learning
steden die met elkaar verbonden zijn door infrastructuur en functionele relaties

Noordvleugel
start learning
Deel van de Randstad: kernsteden Amsterdam en Utrecht, uitstrekkend van de haven van IJmuiden tot Almere, het Gooi en Amersfoort

Zuidvleugel
start learning
Deel van de Randstad: kernsteden Rotterdam en Den Haag, uitstrekkend tot Leiden

Groene Hart
start learning
Groen en grotendeels open, landelijk gebied dat tussen de vier grote steden ligt

urban field
start learning
stedelijk gebied; ppl op het verstedelijkte plattend werken, winkelen en uitgaan in de stad en de ruimte op het platteland in dienst staat behoeften vd steden

halfwegzone
start learning
Verstedelijkt gebied in Noord-Brabant en Gelderland

bereikbaarheid
start learning
de mate waarin je binnen korte tijd en zonder moeite kunt komen waar je wilt

ruimtelijke ordening
start learning
de wetten en regels van de overheid waarmee bepaald wordt op welke manier de ruimte gebruikt mag worden

sectoraal beleid
start learning
beleid dat voor een onderwerp of sector van de samenleving geld (migratie, onderwijs, subsidiebeleid) ten aanzien van huur en koopwoningen

regionale samenwerking
start learning
samenwerking tussen de drie bestuurslagen; noodzakelijk omdat de aanspraken van bewoners en bedrijven op de ruimte en voorzieningen vaak de gemeentegrens overschrijden

nota ruimte
start learning
Alle plannen van de verschillende ministeries over de ruimtelijke ordening, vastgelegd tot 2020

groeikernen
start learning
steden die suburbansiatie moesten opvangen om te voorkomen dat het platteland dicht zou groeien.

groeisteden
start learning
aangewezen steden die regionale ongelijkheid in de stad moest tegengaan en de bevolking in leeglopende steden houden.

Vinex wijken
start learning
plaats die vanaf 1993 door de overheid is aangewezen om suburbanisatie dmv nieuwbouw op te vangen.

woningbehoefte
start learning
aantal woningen gespecificeerd naar soort en locatie dat nodig is om de vraag te voldoen

milieubelasting
start learning
druk op het milieu door de vervuiling van lucht, bodem en water

stedelijke distributie
start learning
de bevoorrading van winkels, kantoren en horeca

reikwijdte
start learning
de afstand die je maximaal wilt afleggen om gebruik te maken van een voorziening

verzorgingsgebied
start learning
gebied waar de gebruikers van een voorziening in een stad wonen

drempelwaarde
start learning
minimumaantal klanten dat een bedrijf of voorziening nodig heeft om rendabel te zijn

verkeersknooppunt
start learning
plaats waar meerdere wegen bij elkaar komen

publiek-private samenwerking (pps)
start learning
samenwerking tussen de overheid en het bedrijfsleven

regionaal beleid
start learning
beleid waarbij de inrichtingsvoorstellen van verschillende sectoren tot een geheel zijn gesmeed

bestuurlijke netwerken
start learning
vrijwillige samenwerkingsverbanden tussen besturen van overheden en maatschappelijke organisaties

kenniseconomie
start learning
economie waarbij de productiefactoren arbeid en kapitaal sterk gericht zijn op de ontwikkeling en toepassing van nieuwe technologie

zakelijke dienstverlening
start learning
dienstverlening aan overheid en bedrijven

creatieve stad
start learning
stad met een hoog aandeel werkende in creatieve beroepen

duale arbeidsmarkt
start learning
grote kloof tussen banen voor hoog en laagopgeleiden

stadsvernieuwing
start learning
verbeteren van de kwaliteit van woningen door opknappen of sloop en nieuwbouw

herstructurering
start learning
Na 1990 een meer gevarieerde bevolkingssamenstelling naleven door nieuwbouw

gentrification
start learning
rijke mensen die arbeidswoningen overnemen

buurtprofiel
start learning
belangrijkste kenmerken van een bepaalde buurt samengevat

woonomgeving
start learning
directe omgeving van woningen (voorgevel, balkon stoep)

woningkenmerken
start learning
ouderdom, eigendom, woningtype, staat van onderhoud

bewonerskenmerken
start learning
grootte van huishoudens, etniciteit, inkomen, gezinsfase/leeftijd

hinder die buurtbewoners ondervinden

verloedering
start learning
achteruitgang van de fysieke omgeving door bijvoorbeeld vadalisme

objectieve sociale (on)veiligheid
start learning
onveiligheid afgemeten aan het aantal criminele feiten dat door de politie is geteld

subjectieve sociale (on)veiligheid
start learning
gevoel van onveiligheid dat mensen in de buurt hebben

openbare ruimte
start learning
ruimte die er voor iedereen is

toegankelijk
start learning
ook kwetsbare mensen kunnen gebruikmaken van de openbare ruimte

tijdig opruimen en herstellen van de openbare ruimte

overzichtelijkheid
start learning
goede inrichting en indeling van de openbare ruimte

aanwezigheid van een aanspreekpersoon in de openbare ruimte

buur-of wijkvoorzieningen
start learning
ontmoetingsmogelijkheden voor de bewoners van een buurt

burgerschap
start learning
wijze waarop inwoners deelnemen aan de samenleving en meehelpen deze vorm te geven

sociale cohesie
start learning
bereidheid van burgers om een actieve rol te spelen in een buurt

een diep lagedrukgebied


You must sign in to write a comment