Spaans woordjes A3A

 0    128 flashcards    nigelvdeerden
download mp3 print play test yourself
 
Question
Answer

el campamento
start learning
het vakantiekamp

zomer

heel leuk vinden

montar a caballo
start learning
paardrijden

hacer una excursión
start learning
een uitstapje maken

la excursión
start learning
de excursie, het uitstapje

is/ zijn te gek

la cabaña
start learning
de hut

¡Voy a pasármelo muy bien!
start learning
Ik ga het naar mijn zin hebben


het lawaai, het geluid

ontzettend, verschrikkelijk

el pescado
start learning
vis (gerecht)

vis (huis dier)

No me gusta nada
start learning
Dat vind ik helemaal niet lekker/leuk

el/la compañero
start learning
het / de kampgenoot

Londen

Lissabon

participar
start learning
deelnemen

toernooi

winnen, verdienen

practicar deporte
start learning
sporten, aan sport doen

Me gustaría
start learning
Ik zou graag

duiken

spelen

el balonmano
start learning
handbal

leven

el/la monitor/a
start learning
de begeleider, instructeur

el/la otro
start learning
het / de andere

het spel

hacer la cama
start learning
bed opmaken

punt

todos los días
start learning
elke dag

estar limpio
start learning
schoon zijn

helpen

el/la campeón
start learning
het / de kampioen

el parque de atracciones
start learning
het attractiepark

het park

poner la mesa
start learning
de tafel dekken

schoonmaken

el comedor
start learning
Eetkamer

schrobben

de schotel

los platos
start learning
borden

de hele

estar de vacaciones
start learning
op vakantie zijn

las vacaciones
start learning
de vakantie

de buurman

fantástico
start learning
fantastisch

het avondeten, de maaltijd

het tijdje, de poos

tomar el pelo
start learning
iemand in de maling nemen

vervelend, lastig

het hoofd

en verder niets

llamar por teléfono
start learning
opbellen


¿Que te pasa?
start learning
Wat is er met je aan de hand?

verdragen, kunnen uitstaan

la tontería
start learning
de onzin

Me cae bien/mal
start learning
Ik vind hem aardig / niet aardig


para colmo
start learning
en daarbij, als klap op de vuurpijl

la biblioteca
start learning
bibliotheek

estar hasta las narices
start learning
er een buik vol van hebben

neus

¡Tranquilo!
start learning
Rustig!

No es para tanto
start learning
Zo erg is het toch niet

el primer día
start learning
de eerste dag

el instituto
start learning
de middelbare school

de auto

ir en coche / bici
start learning
met de auto/ fiets gaan

No te preocupes
start learning
Maak je geen zorgen

de weg


(ir) a pie
start learning
te voet (gaan)

de meneer

la señora
start learning
de mevrouw

zich excuseren

oversteken

volgen

todo recto
start learning
rechtdoor


la sorpresa
start learning
de verrassing

el pasillo
start learning
de gang

estar perdido
start learning
verdwaald zijn, de weg kwijt zijn

de gast, de vent

iets aan iemand uitleggen

(weg) gaan

snel, gehaast

de keer

ontvangen, krijgen

zich douchen

zich aankleden

Qué te parece?
start learning
wat vind je van?

vriendelijk, aardig

lijkt/lijken me

la cafetería
start learning
de cafetaria

zitten (e=ie)

la aventura
start learning
het avontuur

quejarse (de)
start learning
klagen (over)

non-stop

stoppen

ponerse así
start learning
gek doen

hablar hasta por los codos
start learning
aan een stuk door praten

elleboog

zo veel te

Tengo tanto que contar
start learning
Ik heb zo veel te vertellen

levantarse
start learning
opstaan

de (wacht) rij

beginnen

lang, hoog

ponerse rojo
start learning
rood worden

te veel

voorstellen

heten

la casualidad
start learning
het toeval, de toevalligheid

zich verheugen

zich herinneren

a la izquierda
start learning
links

a la derecha
start learning
rechts

el semáforo
start learning
het stoplicht

el primero
start learning
de eerste

el segundo
start learning
de tweede

el tercero
start learning
de derde

het vierde

vijfde

verweg


You must sign in to write a comment