Grieks tekst 32

 0    23 flashcards    lhilhorst
 
Question -
Answer -

τύπτω
start learning
slaan

πολύ bijw
start learning
veel

μείζων, μείζονος
start learning
groter

παύομαι
start learning
1 + gen ophouden met 2 + ptc prs. ophouden te/met

ἥττων, ἥττονος
start learning
zwakker, minder

αἱρεομαι
start learning
kiezen

ὀργίζομαι + dat
start learning
boos worden (op/over)

ἔτυψα
start learning
aor. van τύπτω (=slaan)

ἰδού
start learning
zie daar

αὖθις bijw
start learning
opnieuw

φαίνομαι
start learning
1 zich tonen, verschijnen 2 +inf schijnen, lijken

ἀνοίγω
start learning
openen

εὖ bijw
start learning
goed

ἀμύνομαι + acc
start learning
zich verdedigen tegen

ἅπτομαι + gen
start learning
vastpakken, aanraken

ἅμα, ἅμ᾽ + dat
start learning
tegelijk (met)

τὸ πρόσωπον
start learning
gezicht

πανταχοῦ
start learning
overal

αἴρω
start learning
optillen

ὑπό, ὑπ᾽, ὑφ᾽ + gen
start learning
1 onder 2 bij passief: door

θεάομαι
start learning
bekijken, beschouwen

γίγνομαι
start learning
1 geboren worden, ontstaan 2 worden 3 gebeuren

ὥσπερ
start learning
1 (net) zoals 2 net alsof


You must sign in to write a comment