grieks basiswoordenlijst 77-100

 0    24 flashcards    lhilhorst
 
Question -
Answer -

μόνον bijw
start learning
alleen (maar)

νομίζω
start learning
1 menen 2 beschouwen als

οἱ μέν...οἱ δέ... mv
start learning
sommigen... anderen...

ὁράω
start learning
zien

ὅτι voegwoord
start learning
1 dat 2 omdat

οὗ voegwoord
start learning
waar

οὐ/οὐκ/οὐχ
start learning
niet

οὐκέτι bijw
start learning
niet meer

οὖν partikel
start learning
dus, dan, nu

οὔποτε bijw
start learning
nooit

οὕτω(ς) bijw.
start learning
zo, op deze wijze

ὁ/ἡ παῖς,παιδός
start learning
kind

πάρειμι
start learning
aanwezig zijn

παρέχω
start learning
geven, verschaffen

πάσχω
start learning
lijden, ondervinden

περί + acc
start learning
rondom, om

περί + gen
start learning
over, om

πίπτω
start learning
vallen

ποιέω
start learning
maken, doen

ὁ πόλεμος
start learning
oorlog

ποτε bijw
start learning
eens, ooit

τὸ πρᾶγμα, πράγματος
start learning
zaak, gebeurtenis

πρός + acc.
start learning
naar(toe), tot, tegen

πῶς bijw
start learning
hoe


You must sign in to write a comment