Frans hoofdstuk 1 woordjes+zinnen

 0    138 flashcards    nigelvdeerden
download mp3 print play test yourself
 
Question
Answer

de zon

het weer, de tijd

l'ambiance
start learning
de sfeer

er is, er zijn

daar, daarginds

faire du camping
start learning
kamperen


zwemmen

spelen

visiter la ville
start learning
de stad bezoeken

(a) l'étranger
start learning
in het buitenland

blijven, verblijven

doorbrengen

Spanje

de France

vaak

combien de temps
start learning
hoelang

een paar, enkele

na, daarna

les vacances
start learning
de vakantie

Maandag

Dinsdag

Woensdag

Donderdag

Vrijdag

Zaterdag

Zondag

Tu as passé de bonnes vacances
start learning
heb je een goede vakantie gehad

Oui, c'était super
start learning
Ja, het was super

Qu'est-ce que vous avez fait
start learning
Wat hebben jullie gedaan

Nous sommes allés à la plage
start learning
We zijn naar het strand geweest

Vous êtes resté combien de temps
start learning
hoe lang zijn jullie gebleven

Nous sommes restés trois semaines
start learning
We zijn drie weken gebleven

Vous avez été à l'hotel
start learning
waren jullie in een hotel

Non, on a loué un appartement
start learning
Nee, we hebben een appartement gehuurd

waarom


beaucoup (de)
start learning
Veel

vooral


zomer

winter

il fait beau
start learning
het is mooi weer

il fait chaud
start learning
het is warm weer

il fait froid
start learning
het is koud weer

dol zijn op

leuk vinden

rencontrer
start learning
ontmoeten

avond

Zwitserland

l'Allemagne
start learning
Duitsland

noorden

oosten

zuiden

westen

Tu es allé en vacances avec qui
start learning
Met wie ben je op vakantie geweest

Avec mes parents
start learning
met mijn ouders

il a fait beau?
start learning
was het mooi weer?

Oui, il a fait trés chaud: entre 30 et 35 degrés
start learning
Ja het was erg mooi weer tussen de 30 en 35 graden

l'accrobranche, qu'est-ce que c'est
start learning
l'accrobranche, wat is dat

C'est un parcours dans les arbres
start learning
Dat is een parcours in de bomen

le paysage
start learning
het landschap

la montagne
start learning
de berg

le désert
start learning
de woestijn

de zee

het strand

la destination
start learning
de bestemming

avoir besoin de
start learning
nodig hebben

partir en vacances
start learning
op vakantie gaan

l'Angleterre
start learning
Engeland

les Pays-Bas
start learning
Nederland

maand

prochain, prochaine
start learning
volgende

il y a (+ tijd)
start learning
(tijd) geleden

les projets de vacances
start learning
de vakantieplannen

leuk

de mensen

de taal

praten, spreken

un peu (de)
start learning
een beetje

moins (de)
start learning
minder


C'est beau, le Maroc?
start learning
Is Marokko mooi?

Oui, il y a des plages, des montagnes et des déserts
start learning
Ja, er zijn stranden, bergen en woestijnen

Quel temps fait-il au Maroc
start learning
Wat voor weer is het in Marokko

en été il fait-il au Maroc
start learning
in de zomer is het heel warm

On parle quelle langue au Maroc
start learning
welke taal spreekt men in Marokko

On parle arabe, berbère et français
start learning
Men spreekt Arabisch, Berbers en Frans

le monde entier
start learning
de hele wereld

het land

la capitale
start learning
de hoofdstad

la région
start learning
de regio

l'habitant
start learning
de inwoner/inwoonster

het eiland

ongeveer

nog, nog steeds

jammer

francophone
start learning
Franstalig

beginnen

doorgaan

vinden

winnen

heten

Canada

la Belgique
start learning
België

Europa

l'Algérie
start learning
Algerije

l'Amérique du nord
start learning
Noord-Amerika

Il y a combien d'habitants au Maroc
start learning
hoeveel inwoners heeft Marokko

il y a 32 millions d'habitants
start learning
Er zijn 32 miljoen inwoners

Ça s'écrit comment
start learning
Hoe schrijf je dat

le séjour
start learning
het verblijf, de vakantie

l'arrivée
start learning
de aankomst

de ontvangst

het seizoen

de reis

la soirée
start learning
de avond


(be) leven

makkelijk

moeilijk

le printemps
start learning
Lente

de herfst

les bagages
start learning
de bagage

l'aéroport
start learning
het vliegveld

le passeport
start learning
het paspoort

helpen

meebrengen

accompagner
start learning
meegaan met

faire une randonnée
start learning
wandelen

faire les magasins
start learning
winkelen

seizoen

Tu as déjà été au Maroc
start learning
Ben je al in Marokko geweest

Oui, j'ai été au Maroc en juillet
start learning
Ja, ik ben in Marokko geweest in juli

Quelle est la capitale du Maroc
start learning
Wat is de hoofdstad van Marokko

C'est Rabat
start learning
Dat is Rabat




You must sign in to write a comment