Chapitre 6 Vocabulaire FR->NL

 0    100 flashcards    Svennieboyy_03
download mp3 print play test yourself
 
Question
Answer

klaarmaken

faire la cuisine
start learning
koken

la recette
start learning
het recept

l’ingrédient
start learning
het ingrediënt

de kassa

les légumes
start learning
de groenten

het zout

de peper

l’huile d’olive
start learning
de olijfolie

een beetje

de sla, de salade

de tomaat

le poivron
start learning
de paprika

l’oignon
start learning
de ui

le concombre
start learning
de komkommer

la boisson
start learning
het drankje, het drinken

la bouteille
start learning
de fles

we nemen

avoir soif
start learning
dorst hebben

het glas

le poisson
start learning
de vis

het vlees

les frites
start learning
de friet

avoir faim
start learning
honger hebben

le menu du jour
start learning
het dagmenu

l’entrée
start learning
het voorgerecht

le plat principal
start learning
het hoofdgerecht

le dessert
start learning
het nagerecht

het gerecht

lekker

l’œuf, les œufs
start learning
het ei, de eieren

le marché
start learning
de markt

faire les courses
start learning
boodschappen doen

proberen


worden

later

conseiller
start learning
aanraden, adviseren

j’espère
start learning
ik hoop

de smaak

la charcuterie
start learning
de vleeswaren

la saucisse
start learning
het worstje

het rundvlees

het varkensvlees

les crudités
start learning
de rauwkost

le fromage
start learning
de kaas

de aardbei

de appel

het brood

natuurlijk

de maaltijd

le petit déjeuner
start learning
het ontbijt

le déjeuner
start learning
de lunch

het avondeten

l’assiette
start learning
het bord

het is

délicieux, délicieuse
start learning
heerlijk

denken aan

organiseren

avoir besoin de
start learning
nodig hebben

la cantine
start learning
de kantine

de keuze

het kippenvlees

de soep

de yoghurt

bestellen

la pomme de terre
start learning
de aardappel

drinken

le sandwich
start learning
het broodje

le croque-monsieur
start learning
de tosti

de thee

de melk

le jus d’orange
start learning
de sinaasappelsap

bon appétit
start learning
eet smakelijk

proeven

dégoûtant(e)
start learning
vies, onsmakelijk


sinds

ik drink

mogelijk

l’enfant
start learning
het kind



bijna

tout(e)(s)
start learning
alle, allen

le produit
start learning
het product

kook-, gastronomisch

la cuisine
start learning
de keuken

le gâteau, les gâteaux
start learning
het koekje, de koekjes

les pâtes
start learning
de pasta

winnen

le concours
start learning
de wedstrijd

participer à
start learning
meedoen aan

l’épreuve
start learning
de toets, de proef

tonen, laten zien

gebruiken

l’anniversaire
start learning
de verjaardag

ieder, elk(e)

passionné(e)
start learning
hartstochtelijk

voorstellen, aanbieden


You must sign in to write a comment