chapitre 1 Qui suis-je?

 0    126 flashcards    nigelvdeerden
download mp3 print play test yourself
 
Question
Answer

à cause de
start learning
vanwege

echter, toch

tout de suit
start learning
meteen, direct

soms


ressembler a
start learning
lijken op

vertellen

se présenter
start learning
zich voorstellen

s'occuper de
start learning
zorgen voor, zich bezig houden met

blijven

aller voir ses amis
start learning
zijn vrienden bezoeken

chez (moi)
start learning
bij (mij thuis)

samen

aller chercher quelqu'un
start learning
iemand ophalen

la rencontre
start learning
de ontmoeting

ik zie, ik snap het

alleen, enig

avoir le temps
start learning
de tijd hebben

de datum

la semaine
start learning
de week

Kerstmis

Pasen

le cochon d'Inde
start learning
de cavia

le poisson rouge
start learning
de goudvis

het konijn

vroeger

aujourd'hui
start learning
vandaag, tegenwoordig

au cours de
start learning
in de loop van

il y a + temps
start learning
(+ Tijd) geleden

peu á peu
start learning
stukje bij beetje

la demi-sœur
start learning
de halfzus

le divorce
start learning
de scheiding

het stel, het koppel

trouwen

un (enfant) sur deux
start learning
een op twee (kinderenen)

le droit (de vote)
start learning
Het (stem) recht

le sentiment
start learning
het gevoel

de betekenis

zo niet, anders

een paar, enkele

abandonner
start learning
verlaten, in de steek laten

kiezen

gehoorzaam aan

groter maken, vergroten

se composer de
start learning
bestaan ​​uit

de zoon

le beau-père
start learning
stiefvader

la belle mère
start learning
de stiefmoeder

comme d'habitude
start learning
zoals gewoonlijk

sans oublier
start learning
niet te vergeten

être de la partie
start learning
van de partij zijn

gemist worden

behalve

de vorige dag

ik slaap

se réveiller
start learning
wakker worden


moe

het vissen, de visserij

les affaires
start learning
De zaken, de spullen

als, jawel

omstreeks

ernstig, erg

wachten op

quelque chose
start learning
iets

tout le monde
start learning
iedereen

ne t'inquiète pas
start learning
maak je geen zorgen

denken

zich wassen

tu me manques
start learning
Ik mis je

s'habiller
start learning
zich aankleden

s'inquiéter
start learning
zorgen

méchant(e)
start learning
gemeen, onaardig

frimeur /se
start learning
opschepperig

le sens de l'humour
start learning
het gevoel voor humor

la qualité
start learning
de goede eigenschap

bescheiden

sortir avec
start learning
uitgaan, verkering hebben met

être amoureux/-se de
start learning
verliefd zijn op

se disputer
start learning
ruzie maken

vriendschap

la dispute
start learning
de ruzie

overleven

bovendien

quand même
start learning
toch, echter

ça m'énerve
start learning
dat irriteert me

s'intéresser à
start learning
zich interesseren voor

apprécier
start learning
waarderen, op prijs stellen

parler fort
start learning
hard praten

zich voelen

l'ecole maternelle
start learning
de kleuterschool

se connaître
start learning
elkaar kennen

onhandig

lui

gevoelig

eerlijk

dans la rue
start learning
op straat

de oudste

je suis né a
start learning
Ik ben geboren in

la plupart du temps
start learning
meestal

l'école primaire
start learning
de basisschool

je l'espère
start learning
ik hoop het

althans

se détendre
start learning
zich ontspannen

arriver à l'heure
start learning
op tijd aankomen

travailler dur
start learning
hard werken

arriver à
start learning
erin slagen om

apprendre à
start learning
leren

onderwijzen

het sprookje

l'histoire
start learning
het verhaal, de geschiedenis

la journée scolaire
start learning
de schooldag

ils vivent
start learning
zij leven

fier, fière
start learning
trots

les origines
start learning
de herkomst

le voisin, la voisine
start learning
de buurman, de buurvrouw

gelegen in

le club de sport
start learning
de sportclub

le cinéma
start learning
de bioscoop

het station

le centre-ville
start learning
het centrum

het noorden

het oosten

het Zuiden

het westen

se coucher
start learning
naar bed gaan


You must sign in to write a comment