A3 Frans h1A nl-fr

 0    28 flashcards    Tom.G
download mp3 print play test yourself
 
Question
Answer

faire du camping

nager

jouer

de stad bezoeken
start learning
visiter la ville

blijven, verblijven
start learning
rester

(in) het buitenland
start learning
(à) l’étranger m

de vakantie
start learning
les vacances v mv

l’Espagne v

la France

een paar, enkele
start learning
quelques

souvent

na, daarna
start learning
après

er is, er zijn
start learning
il y a

lundi

mardi

mercredi

jeudi

vendredi

samedi

dimanche

Heb je een leuke vakantie gehad?
start learning
Tu as passé de bonnes vacances?

Ja, het was super!
start learning
Oui, c’était super!

Wat hebben jullie gedaan?
start learning
Qu’est-ce que vous avez fait?

Wij zijn naar het strand geweest.
start learning
Nous sommes allé(e)s à la plage.

Hoe lang zijn jullie gebleven?
start learning
Vous êtes resté(e)s combien de temps?

Wij zijn drie weken gebleven.
start learning
Nous sommes resté(e)s trois semaines.

Waren jullie in een hotel?
start learning
Vous avez été à l’hôtel?

Nee, we hebben een appartement gehuurd.
start learning
Non, on a loué un appartement.


You must sign in to write a comment