Frans Hoofdstuk 1 Frans-Nederlands

 0    119 flashcards    yasminedubbeld
download mp3 print play test yourself
 
Question
Answer

une semaine
start learning
een week

vinden

un demi-frère
start learning
een stiefbroer

je m'appelle
start learning
ik heet

een stad

mes parents
start learning
mijn ouders

wanneer

sinds


le dimanche
start learning
de zondag

verandering

het huis

vaak

spelen

altijd

j'ai été
start learning
ik ben geweest

aardig

j'ai rencontré
start learning
ik heb ontmoet

tevreden

l'anniversaire
start learning
de verjaardag

avoir du mal à
start learning
moeite hebben met

beslissen

avoir le temps de
start learning
tijd hebben om

s'inquiéter
start learning
zich zorgen maken

s'habituer à
start learning
wennen aan

zoeken

bewegen

leuk vinden, bevallen

een keuze

bijna

zo

gentil(le)
start learning
lief

tranquille
start learning
rustig

minnen(ne)
start learning
schattig

aanhalig

le poisson rouge
start learning
de goudvis

de kat

vooral

tout le monde
start learning
iedereen

aan het begin

vinden

se séparer
start learning
uit elkaar gaan

spelen

considérer
start learning
beschouwen

geven

la semaine
start learning
de Week

bij (iemand)

tussen

l'histoire
start learning
het verhaal

le souvenir
start learning
de herinnering

wanneer, toen

de/het andere

de avond

het ergste

vaak

toch

moeilijk

geboren

content(e)
start learning
blij

détendu(e)
start learning
ontspannen

heureusement
start learning
gelukkig maar


quand même
start learning
toch

aujourd'hui
start learning
vandaag

tous, toutes
start learning
allemaal

missen

avoir envie de
start learning
zin hebben in

avoir hâte de
start learning
uitkijken naar

hopen

moe

l'après-midi
start learning
de middag

de keer

de zomer

de reis

de tas

le travail
start learning
het werk

lang

laatste

natuurlijk

à cause de
start learning
vanwege

se la péter
start learning
opscheppen

vertellen

être d'accord avec
start learning
het eens zijn met

denken

winnen

vergeten

avoir raison
start learning
gelijk hebben

zich voelen

ça ne sert à rien
start learning
het heeft geen zin


sans doute
start learning
zonder twijfel


gemakkelijk

prétentieux
start learning
arrogant


maintenant
start learning
nu

het spel

het telefoontje, de oproep

le conseil
start learning
de raad

le déménagement
start learning
de verhuizing

het leven

le cauchemar
start learning
de nachtmerrie

de kant

le départ
start learning
het vertrek

verlaten

dromen

beginnen

se faire des amies
start learning
vrienden maken

kletsen

dus, dan

klaar

l'interdiction
start learning
het verbod

de tiener

genoeg

dankzij

de temps en temps
start learning
af en toe

quotidien(ne)
start learning
dagelijks

geleden (tijd) / er is, er zijn

blijven


You must sign in to write a comment