Polish Dutch Dictionary

język polski - Nederlands, Vlaams

piękny in Dutch:

1. mooi mooi


Wat een mooi meisje!
Ik houd van Małgorzata als een engel. Omdat ik van haar houd. Hoe mooi is haar gezicht en blonde haar!
Het is erg aardig van je om me zo'n mooi cadeau te sturen.
Mooi weer, toch?
Mooi pak.
De berg Fuji ziet er mooi uit bij zonsondergang.
Niet het mooie is dierbaar, maar het dierbare is mooi.
De zoon van de koning, die terugkeerde van de jacht, ontmoette haar; en toen hij zag dat ze zo mooi was, vroeg hij haar, wat ze daar helemaal alleen deed en waarom ze weende.
Hoge hakken zijn er alleen om mooi te zijn. Daarom dragen mannen ook geen hoge hakken; die zijn dat namelijk van zichzelf al.
In het midden is het ijs mooi donker en glad, maar langs de rand van de wetering ligt bomijs. Als je daarop gaat staan, breekt het en hoor je een boel lawaai.
Jij zei me, dat je een mooi achterwerk hebt. Is dat dan misleidende reclame?
Het was een waar genoegen de avond met een slim, grappig en mooi meisje als jou door te brengen.
Nicolas bedoelt dat de romanisering van het Cyrillische alfabet net zo mooi is als de zon, die de ogen verbrandt wanneer je ernaar kijkt.
Als het morgen mooi weer is, gaan we picknicken.
Een van de versieringen die een huis mooi maken, zijn gordijnen.

2. prachtige prachtige


Wat een prachtige tuin.
Uw prachtige toespraak, het waren toch maar parels voor de zwijnen.
Het was een prachtige zomer en de hemel was voortdurend blauw.