Polish Dutch Dictionary

język polski - Nederlands, Vlaams

masło in Dutch:

1. de boter de boter



Dutch word "masło"(de boter) occurs in sets:

wiercińska deel 3 les 3,4,5
Żywność i kuchnia
Mała powtórka

2. boter boter


Boter wordt van room gemaakt.
Beter brood zonder boter dan taart zonder vrijheid.
Ik heb alleen maar boter in de koelkast.
Brood en boter is mijn gewoon ontbijt.
Ik at niets anders dan brood en boter.
Boter, brood en groene kaas; wie dat niet zeggen kan, is geen oprechte Fries.
Kaas en boter zijn melkproducten.
Ze gebruikte margarine in plaats van boter.
Kan jij boter van margarine onderscheiden?
Ellende leert brood eten zonder boter.
Boter bij de vis.
Hij houdt van brood en boter.

Dutch word "masło"(boter) occurs in sets:

od rozrywki do jedzenia