Polish Dutch Dictionary

język polski - Nederlands, Vlaams

maszyna in Dutch:

1. machine machine


Deze machine produceert elektriciteit.
Ik kan me niet meer herinneren hoe ik deze machine moet gebruiken.
Niemand kan deze machine bedienen.
Kan je me zeggen wanneer ik de machine uit moet zetten?
Als men deze moderne machine gebruikt, zal men werkkracht besparen.
De machine is buiten bedrijf.
Zo heeft hij de machine uitgevonden.
De machine zorgt voor veel stroom.
Een computer is een ingewikkelde machine.

2. de machine de machine



Dutch word "maszyna"(de machine) occurs in sets:

1000 rzeczowników po niderlandzku 351 - 400