English Dutch Dictionary

English - Nederlands, Vlaams

base in Dutch:

1. voet voet


Met Esperanto kan je op gelijke voet communiceren met mensen uit andere landen.
Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.
Hij raakte het water met zijn voet.
Vroeger waren de mensen gewend te voet te reizen.
Ik ben te voet gekomen door China.
Jong te paard, oud te voet.
Ik ga liever te voet dan de bus te nemen.
Twintig minuten waren er nodig om te voet van het station naar de school te gaan.
De stad ligt aan de voet van de berg.
Maag en voet redetwisten voortdurend over wie de sterkste is.
Gaat ge te voet of met de bus?
Let op voor uw voet.
Hoeveel tijd is er ongeveer nodig om te voet van hier naar het stadhuis te gaan?
De bushalte is te voet op vijf minuten van hier.
Ik ging te voet.