German Dutch Dictionary

Deutsch - Nederlands, Vlaams

verwenden in Dutch:

1. gebruiken gebruiken


Mag ik dit gebruiken?
Belegen kaas is geschikt als je een korstje op de ovenschotel wilt, maar als de kaas alleen moet smelten, kun je beter jonge kaas gebruiken.
Wanneer men aardrijkskunde studeert, moet men doorlopend kaarten gebruiken.
Een zakdoek is bedoeld om je neus in te snuiten, maar je kunt hem ook gebruiken om je tranen mee af te vegen, of je kunt er een knoop in leggen wanneer je iets niet moet vergeten.
Alleen in de filosofie kun je een cirkelredenering gebruiken en daarom geprezen worden.
We hebben het zo druk dat we alle hulp kunnen gebruiken.
'Krokodili' betekent een nationale taal gebruiken tussen esperantisten onderling.
Koko kan zelf geen gesproken taal gebruiken, maar ze houdt ervan naar gesprekken van mensen te luisteren.
Esperanto gebruiken om internationaal te communiceren is een oplossing om de taaldiversiteit te bewaren.
Laat ons vrolijk zijn, laat ons het leven goed gebruiken, want het leven is niet lang.
Je kunt de Engelse taal gebruiken in de meeste hotels in de wereld.
Degenen die vorken of stokjes gebruiken, vinden mensen die dat niet doen vaak onbeschaafd.
Om een taal beter te gebruiken, en om ze beter te verstaan, moet men nieuwe woorden leren.
Als je het geel verft, sla je twee vliegen in één klap: én het valt goed op, én je bespaart geld omdat je verf kunt gebruiken die je al in huis hebt.
Als je de zinnen inoefent, raad ik je aan om de 'keuze'-methode te gebruiken, want je kan de zinnen op verschillende manieren schrijven.

Dutch word "verwenden"(gebruiken) occurs in sets:

duits kapitel 3 woordjes 4
duits lernbox 4 hoofdstuk6
A2 DUITS K6 L4