Swedish Dutch Dictionary

Svenska - Nederlands, Vlaams

boll in Dutch:

1. bal bal


Gooi de bal terug naar mij.
Het nieuws interesseert mij geen bal.
De bal trof haar in het oog.
De wereld is een groot bal waar iedereen een masker draagt.
Veel plezier op het bal!
Als de bal je ergens anders dan op je hoofd of je handen raakt, ben je af.
Daar een rubberen bal elastisch is, botst hij terug.
Van ver gezien lijkt het op een bal.