Polish Dutch Dictionary

język polski - Nederlands, Vlaams

robić in Dutch:

1. doen doen


Niet doen, Sam!
Ik vermoed, dat achter alles wat we doen moeten, wel iets zit, wat we doen willen...
Het heeft geen zin te doen alsof om mij te laten geloven dat ik dingen geloof die jij niet gelooft!
Soms wil ik alleen bergklimmen, op andere momenten wil ik het in groep doen.
Maak je boekentas a.u.b. wat lichter, haar gewicht zal je schouder doen lijden.
Dit medicament zal uw hoofdpijn doen afnemen.
Elke dag aan sport doen is onmisbaar voor een goede gezondheid.
Meer mensen komen in de problemen door wat ze zeggen dan door wat ze doen.
Hij werkt bij een wetenschappelijk instituut waar taalkundigen, letterkundigen, historici, sociologen, economen en andere wetenschappers onderzoek doen naar alles wat met kabouters te maken heeft.
Degenen die vorken of stokjes gebruiken, vinden mensen die dat niet doen vaak onbeschaafd.
Politici doen het oorlogsvuur ontbranden, en de idioten doen de rest.
We kunnen reizen door de tijd. En we doen dat met de ongelooflijke snelheid van een seconde per seconde.
U kunt een bericht achterlaten na de pieptoon of bonbons in onze brievenbus doen.
Op het labeltje aan mijn sjaal staat: "Binnenstebuiten wassen en strijken." Ik vraag me af hoe ik dat moet doen.
Ik zal dat werk doen, op voorwaarde dat ik er voor betaald wordt.

Dutch word "robić"(doen) occurs in sets:

500 czasowników po niderlandzku 51 - 100
1000 najpopularniejszych słów po niderlandzku 51 - 75
10 słów w 60 sekund - 10 woorden in 60 seconden
Czasowniki niderlandzkie 1
Czynności - De handelingen

2. maken maken


Ze waren al zes maand aan het oefenen in hun garage, toen ze plots de kans kregen een geluidsopname te maken in een studio.
Iedereen kan een verschil maken in zijn eigen leven en daarmee gezamenlijk de wereld een betere plaats maken voor zichzelf en anderen om zich heen.
Door gebruik te maken van Esperanto volstaat het dat elke tekst maar één maal vertaald wordt in Esperanto en maar twee maal moet verschijnen op internet, dat wil zeggen, in de originele taal van de tekst en in de Esperantovertaling daarvan.
Spinnen maken webben.
Te veel kaderleden geven tegenwoordig geld uit dat ze niet verdiend hebben, om dingen te kopen die ze niet nodig hebben, om indruk te maken op mensen die ze niet eens graag zien.
Het heeft niks met mij te maken, staat gelijk aan dat ik hier niet hoef te zijn. Daarom ga ik hier weg, ongeacht wat er gezegd zal worden.
Als ik je wilde bang maken, zou ik je vertellen waar ik een paar weken geleden over gedroomd heb.
Ik probeerde hem duidelijk te maken dat wij niet verantwoordelijk waren voor zijn fout, maar hij wilde niet luisteren.
In een onlangs verschenen artikel over oefeningen om de hersenen jong te houden, werden zowel Esperanto als Sudoku vermeld, wat er op wijst dat Esperanto deel begint uit te maken van de volkscultuur.
Ik heb altijd gedacht dat een hartinfarct de manier van de natuur was om u duidelijk te maken dat ge moet sterven.
Als ze hier zonder man en zonder kennissen is, dacht Goerov, dan zou het geen kwaad kunnen om met haar kennis te maken.
Mensen, ik sta volledig achter jullie. We zullen dit evenement beslist tot een succes maken!
De Canadese Dankzeggingsdag en de Columbusdag in de Verenigde Staten van Amerika vallen samen, daarom maken Esperantosprekers uit beide landen van de gelegenheid gebruik om een internationale bijeenkomst te hebben.
Het eerste wat je als beginnend skiër moet leren, is opstaan. Daarna leer je remmen en ploegbochten maken.
Hij werkt bij een wetenschappelijk instituut waar taalkundigen, letterkundigen, historici, sociologen, economen en andere wetenschappers onderzoek doen naar alles wat met kabouters te maken heeft.

Dutch word "robić"(maken) occurs in sets:

czasowniki pl - nd