Lithuanian Dutch Dictionary

lietuvių kalba - Nederlands, Vlaams

mašina in Dutch:

1. machine machine


Deze machine produceert elektriciteit.
Ik kan me niet meer herinneren hoe ik deze machine moet gebruiken.
Niemand kan deze machine bedienen.
Kan je me zeggen wanneer ik de machine uit moet zetten?
Als men deze moderne machine gebruikt, zal men werkkracht besparen.
De machine is buiten bedrijf.
Zo heeft hij de machine uitgevonden.
De machine zorgt voor veel stroom.
Een computer is een ingewikkelde machine.