Italian Dutch Dictionary

italiano - Nederlands, Vlaams

nome in Dutch:

1. naam


Sorry, ik kan jou mijn naam niet vertellen. Het is te onfatsoenlijk.
Onder welke naam?
De rundvleesetiketteringsbewakingstaakoverdrachtswet is onder gewijzigde naam aangenomen.
Jouw naam staat bovenaan de lijst.
In de jaren 1950 noemden Canadese moeders hun kinderen met de volledige naam als ze hen een standje gaven.
Een man met de naam Slim is bij dat ongeval gedood.
Hij zou juist in slaap gevallen zijn, toen hij iemand zijn naam hoorde roepen.
Kan je me je naam alsjeblieft nog een keer zeggen?
Toen hij zijn naam hoorde, stond de kruising tussen een teckel en een vuilnisbakkenras op van onder de werkbank, waar hij had liggen slapen op de houtkrullen, rekte zich eens lekker uit en rende achter zijn baasje aan.
De naam van Darwin staat in verband met "De oorsprong der soorten".
Esperanto is niet enkel van naam maar ook van structuur een internationale taal.
Breek er je hoofd niet op om je zijn naam te herinneren! Later zal je hem plots vanzelf herinneren!
Om te beginnen moeten we beslissen over de naam.
Zet je naam op de lijst en geef hem door aan de volgende persoon.
Schrijf uw naam met potlood, alstublieft.