French Dutch Dictionary

Français - Nederlands, Vlaams

plat in Dutch:

1. vlak vlak


Gelukkig was er een Armaniwinkel vlak bij het steegje waar Dima had geslapen.
Ik parkeerde mijn auto vlak bij de hoofdingang.
De uitgang van de metro is vlak naast de deur van het gebouw.
We maakten het werk vlak voor tien uur af.
Hij was vlak achter mij.