French Dutch Dictionary

Français - Nederlands, Vlaams

large in Dutch:

1. ruim ruim


de jurk zit me te ruim
Ruim drieduizend mensen hebben hun handtekening gezet om de sloop van dit historische pand tegen te houden.
Om een situatie als vorig jaar, toen er een pekeltekort was, te voorkomen, hebben veel mensen nu al ruim voor de eerste vorst een voorraadje strooizout ingeslagen.
Ruim a.u.b. dat vaatwerk daar op.

Dutch word "large"(ruim) occurs in sets:

frans hfst. 5 voca G

2. groot groot


Zijn ze groot?
In tegenstelling tot zijn vader, heeft hij echt een groot inkomen.
Hij keek door het etalagevenster en zijn ogen werden groot toen ze op een prachtig zwart pak vielen, en zijn ogen werden nog groter toen hij het prijskaartje van 3.000.000,99 BYR opmerkte.
Genialiteit is niets anders dan een groot vermogen tot geduld.
Hoe groot zijt ge?
Gebrek aan werk is voor sommigen een groot genot, voor anderen afzien.
Maar denkt u niet dat het een beetje groot is? vroeg de verkoopster.
Een groot deel van de volgende dag bleef hij in het hotel en sprak met vrienden en supporters.
Dima paste het pak, maar het bleek te groot te zijn.
Een kunstenaar gebruikt veel tubes verf om een groot schilderij te maken.
Het meisje had bij de slalomwedstrijd de negentiende plaats behaald. Ze dacht dat dat erg goed was, want negentien is immers een groot getal.
Een groot schip kwam tevoorschijn aan de horizon.
Als je later groot en sterk wilt worden, moet je veel spinazie en boterhammen met pindakaas eten.
In het spitsuur is de verkeersdichtheid in Tokio groot.
Als de video te groot is om door te sturen, geef dan minstens een verwijzing.

3. breed


Hoe breed is deze rivier?
De gang moet breed genoeg zijn om een rolstoel door te laten.