French Dutch Dictionary

Français - Nederlands, Vlaams

discuter

in Dutch:

1. praten over


Ik zou willen weten waarover zij praten
Ze praten over jou.


2. kletsen



hoofdstuk 1 frans woordjes H ne-fa

3. praten


/ praat/ praatte(n)/ h. gepraat
Mijn buurvrouw alleen over het weer.


discuter in other dictionaries

in English
in German
in Polish
in Spanish