English Dutch Dictionary

English - Nederlands, Vlaams

position in Dutch:

1. baan baan


Dat kost me mijn baan.
Hij is zeker weten de beste man voor deze baan.
Ik zoek een baan.
Ik ben niet gelukkig met de baan die ik nu heb.
Hij werkt niet alleen niet, maar zal ook geen baan vinden.
Een vrachtwagen reed met volle snelheid op de baan.
Hebben er in jouw stad veel mensen een tweede baan?
De satelliet bevindt zich in een baan om de maan.
Ik dacht net aan een nieuwe baan.
Wat wil je vraagteken voor de nieuwe baan.
Als zijn vrouw er niet voor hem was geweest, was hij niet van baan gewisseld.
Ik heb nog geen baan gevonden.

2. de positie de positie



Dutch word "position"(de positie) occurs in sets:

De populairste Engelse woorden 901 - 950