English Dutch Dictionary

English - Nederlands, Vlaams

occasion in Dutch:

1. gelegenheid gelegenheid


De gelegenheid maakt de dief.
De Canadese Dankzeggingsdag en de Columbusdag in de Verenigde Staten van Amerika vallen samen, daarom maken Esperantosprekers uit beide landen van de gelegenheid gebruik om een internationale bijeenkomst te hebben.

Dutch word "occasion"(gelegenheid) occurs in sets:

FU NL-EN 81-90