English Dutch Dictionary

English - Nederlands, Vlaams

novel in Dutch:

1. roman


Zijn roman verkocht goed.
Hij voelde plots de drang om een roman te schrijven.
Alain is de menselijke hoofdfiguur van de roman.
Ik ga een historische roman lezen.
Deze roman is geschreven door een bekende Amerikaanse schrijver.
Haar nieuwe roman werd een bestseller.
Deze roman bestaat uit drie delen.
De roman was niet erg interessant.
Deze roman beschrijft het leven van de Japanners zoals het honderd jaar geleden was.
Ik heb zijn roman niet gelezen en mijn broer ook niet.
Het vertalen van die Franse roman heeft hem meer dan drie maanden gekost.
Men zegt dat zijn nieuwe roman gebaseerd is op zijn persoonlijke ervaringen.
Als we een roman schrijven ontvouwen we onze fantasie.
Deze roman is interessanter dan deze die ik vorige week gelezen heb.
Wanneer werd deze roman uitgegeven?

Dutch word "novel"(roman) occurs in sets:

woordjes hst 7