English Dutch Dictionary

English - Nederlands, Vlaams

image in Dutch:

1. afbeelding afbeelding


Heeft zij u de afbeelding getoond?
Men kan deze boeddhistische afbeelding niet helemaal juist dateren.
Bekijk de afbeelding.
Hij hing een afbeelding aan de muur.
Waaraan denk je als je deze afbeelding ziet?
Ik heb deze afbeelding al vroeger gezien.

Dutch word "image"(afbeelding) occurs in sets:

lernbox 2 JOB HUNTING
A3 ENG H2 L3

2. imago imago



Dutch word "image"(imago) occurs in sets:

Engels 4 concerts and gigs 2

3. beeld beeld


De persoon aan de linkerzijde verstoort het evenwicht in het beeld.
Beeld u een probleem in als het volgende: veronderstel dat de auto van uw broer een ongeval gehad heeft.

Dutch word "image"(beeld) occurs in sets:

FU NL-EN 81-90