English Dutch Dictionary

English - Nederlands, Vlaams

english in Dutch:

1. engels engels


Spreekt u Engels?
Het kostte me meer dan twee uur om een paar pagina's in het Engels te vertalen.
Elke student die afgestudeerd is aan onze universiteit heeft ten minste twee jaar Engels gestudeerd met een persoon die Engels als moedertaal spreekt.
De Europese Unie heeft 23 officiële talen, theoretisch allemaal gelijkberechtigd, maar in de praktijk zijn er maar drie werktalen: Engels, Frans en Duits.
Door zijn oorsprong heeft het Canadees Engels eigenschappen van het Amerikaans en van het Brits Engels.
Mijnheer Jones, wiens vrouw Engels onderwijst, is zelf professor Engels.
Engels flanel is normaal geweven en amper pluizig, maar Duitse flanel is gekeperd en juist erg pluizig.
Trouwens, het verschil tussen Engels en Amerikaans is waarschijnlijk groter dan tussen standaard Vlaams en standaard Hollands Nederlands.
De man waar ik mee aan het praten was is mijn leerkracht Engels.
Als een zin in het IJslands een vertaling heeft in het Engels, en als die Engelse zin vertaald is in het Swahili, dan hebben we indirect een vertaling in het Swahili voor de IJslandse zin.
Ik ben geen aanhanger van de theorie dat je Latijn moet leren om Engels beter te begrijpen.
Alle leerlingen van deze school moeten naast Engels nog een andere vreemde taal leren.
Ik sprak hem aan in het Engels maar slaagde er niet in mij verstaanbaar te maken.
Dit toont aan dat Engels niet enkel meer voor de Britten is weggelegd.
Die lessen Engels, die twee maanden geleden zijn begonnen, zullen binnen enkele dagen eindigen.

Dutch word "english"(engels) occurs in sets:

engels leren