German Dutch Dictionary

Deutsch - Nederlands, Vlaams

wand in Dutch:

1. muur muur


Ze verfde de muur rood.
Als we zo voortgaan, botsen we nog tegen de muur.
Liever met je hoofd door de muur dan helemaal geen raam!
Het portret van mijn grootvader hangt aan de muur.
De muur is twee meter dik.
Ik drukte hen tegen de muur.
Het zien van de duizendpoot op de muur deed mij kippenvel krijgen.
Meneer Gorbatsjov, haal deze muur neer!
We staan met onze rug tegen de muur.
De affiches zijn direct van de muur verwijderd.
Hij heeft het schilderij gemaakt dat aan de muur hangt.
De nagel ging door de muur.
Zelfs de muur heeft oren.
Er hangt een kaart aan de muur.
Er zitten vliegen op de muur.