German Dutch Dictionary

Deutsch - Nederlands, Vlaams

bevor in Dutch:

1. voordat voordat


Ik drink thee, voordat ik naar mijn werk ga. / Voordat ik koffie drink, drink ik eerst thee.
Plant deze zaden voordat de zomer begint.
Hij weifelde voordat hij antwoordde.
Omdat licht sneller reist dan geluid zien we de bliksem voordat we de donder horen.
Voordat we naar Tokio kwamen hebben we tien jaar in Osaka gewoond.
Kam uw haar voordat ge buiten gaat.
Na zes maanden in China zul je je realiseren dat je spijt hebt dat je die pizza niet hebt aangenomen voordat je vertrok.
Ik had dat elektrisch scheerapparaat moeten proberen voordat ik het kocht.
Je zou je tong zeven keer in je mond moeten ronddraaien voordat je spreekt, dat zou je een boel zorgen en misverstanden schelen.
Houd voordat je trouwt je ogen goed open. Knijp nadat je getrouwd bent een oogje toe.
Dat sommige mensen er geniaal uitzien voordat ze dom klinken, komt doordat licht zich sneller voortplant dan geluid.
Dat gaat wel over voordat je een oud mannetje/vrouwtje bent.
Voordat de brandweer arriveerde, was het huis helemaal afgebrand.
Hoe moet ik weten wat te zeggen, voordat ik heb gehoord wat ik denk?
Je kan maar beter het licht uitdoen voordat je gaat slapen.