Romanian Dutch Dictionary

limba română - Nederlands, Vlaams

tren in Dutch:

1. trein trein


Welke trein neemt u?
Het was puur toeval dat Mary en ik op dezelfde trein zaten.
Aangezien ik de trein had gemist, moest ik zowat een uur wachten op de volgende.
De trein zat zo vol, dat niemand van ons kon zitten.
Vanaf morgen kunt ge zonder risico naar huis gaan per trein, auto of vliegtuig.
De trein was al aan het vertrekken toen ik in het station aankwam.
Neem om het even welke trein op spoor 5.
In de trein was zo druk dat ik de hele rit heb moeten staan.
Onze trein is vijf uur blijven staan wegens een aardbeving.
Mijn trein vertrekt om zes uur en komt daar aan om tien uur.
Je zult er op tijd aankomen, zolang je tenminste de trein niet mist.
Ik ben daar naartoe gegaan per bus en per trein.
We moesten rennen om onze overstap te halen. Om twee voor half drie kwamen we aan op spoor één, en om één over half zou onze trein vertrekken van spoor achttien.
Ik heb nog nooit in mijn leven een trein gehoord of gezien.
De trein was ontspoord.