Portuguese Dutch Dictionary

português - Nederlands, Vlaams

namorada in Dutch:

1. vriendin


Mijn vriendin is een Chinese.
De eerste keer dat ik de hand van mijn vriendin vasthield was in het spookhuis.
Mike heeft een vriendin die in Chicago woont.
Ik begin mijn vriendin te missen.
Ik weet mijn adres nog niet, ik ga een tijdje bij mijn vriendin wonen.
Hoe kan je er zeker van zijn dat je vriendin geen orgasme veinst?
Ik vind de clitoris niet bij mijn vriendin.
Ik mag je vriendin niet.
Zijn vriendin is Japans.
Jim is boos omdat zijn vriendin hem liet zitten bij hun filmafspraakje. Hij stond wel een uur in de regen op haar te wachten.
Mijn vriendin kan goed dansen.
Het meisje met wie ik naar de bios ben geweest is mijn vriendin.
Ze is mijn vriendin.
Jim is smoorverliefd op zijn vriendin.
Hij was in het gezelschap van zijn vriendin.