Polish Dutch Dictionary

język polski - Nederlands, Vlaams

zespół in Dutch:

1. band band


De band is lek.
Mijn fiets heeft een lekke band.
De Melkweg is zichtbaar als een gigantische band van ver verwijderde sterren, elk op zich een zon zoals onze eigen zon.
Heeft u misschien een emmer water voor mij? Ik heb een lekke band.
Haar favoriete band is Warpaint.
Geef mij de band alstublieft morgen terug.
Hij heeft de banden met zijn familie doorgesneden.
Kan je die lekke band nu herstellen?

Dutch word "zespół"(band) occurs in sets:

holenderski 2

2. het team het team



Dutch word "zespół"(het team) occurs in sets:

1000 rzeczowników po niderlandzku 51 - 100