Polish Dutch Dictionary

język polski - Nederlands, Vlaams

słownik in Dutch:

1. woordenboek woordenboek


Het woordenboek bevat ongeveer een half miljoen woorden.
Dat is mijn woordenboek.
Het woordenboek op het bureau is van mij.
Ik zal de uitdrukking opzoeken in het woordenboek.
Als je nieuwe woorden tegenkomt, moet je ze opzoeken in het woordenboek.
Waarom kocht je zo'n duur woordenboek?
Niet iedere student heeft een woordenboek.
Het woordenboek is van onschatbare waarde bij het leren van talen.
Er ligt één woordenboek op tafel.
Hij is de persoon aan wie ik mijn woordenboek heb gegeven.
Het handige van dit elektronische woordenboek is dat je het makkelijk mee kan nemen.
Ik heb haar haar woordenboek teruggegeven.
Ze kocht een woordenboek voor haar zuster.
Ik heb het woordenboek geleend van mijn vriend.
Men kan zich een woordenboek aanschaffen van Esperanto naar en uit enorm veel nationale talen.

2. het woordenboek het woordenboek


Zoek het woord op in het woordenboek, alsjeblieft.

Dutch word "słownik"(het woordenboek) occurs in sets:

Lekcja 11-12