Polish Dutch Dictionary

język polski - Nederlands, Vlaams

nigdy in Dutch:

1. nooit


Er bestaat geen naieve vos. Op dezelfde manier bestaat er ook geen mens die zich nooit vergist.
De grote vraag, die nooit beantwoord is, en die ik ondanks dertig jaar studie van de vrouwelijke geest nog niet kan beantwoorden, is: "Wat wil een vrouw?"
Lieg nooit!
Zij is spraakzaam, maar haar echtgenoot is helemaal tegengesteld en spreekt nooit.
Vroeger, toen ik nog op turnen zat, heb ik ooit eens mijn enkel verstuikt toen ik alleen een flikflak probeerde te doen. Ik had dat nog nooit alleen gedaan, maar ik durfde geen hulp te vragen, omdat ik net in een nieuwe groep zat en nog niemand kende.
Ah, nu herinner ik het mij. Ik gebruikte een condoom; iets dat ik zelden, of juister gezegd bijna nooit doe.
En zo raakte Pandark verloren in zijn kamer en zag men hem nooit meer terug. Sommigen zeiden dat hij van honger omkwam, anderen zeiden dat hij nog steeds ronddwaalt op zoek naar zijn CD's.
Als ge iemand 20 dollar leent en hem daarna nooit meer terugziet, dan was het dat waarschijnlijk waard.
Ja hoor, daar heb je hem weer met zijn dierenmishandeling. Hij kan het ook nooit eens ergens anders over hebben.
Er zijn altijd dingen die ik nooit zal leren, ik heb de eeuwigheid niet voor de boeg.
Twee keer in de week kwam de tuinman om het gras te maaien, daarom kon ik nooit in het lange gras liggen.
De natuur bedriegt ons nooit; het zijn altijd wij die onszelf bedriegen.
Zolang we enkel gericht blijven op productie en consumptie, zullen we nooit onze problemen te boven komen.
Weet je, mensen creëren geen tijd; als we dat wel deden, zou het nooit opraken.

Dutch word "nigdy"(nooit) occurs in sets:

Przysłówki i partykuły niderlandzkie cz.1
svet lekcja 3