Polish Dutch Dictionary

język polski - Nederlands, Vlaams

jasny in Dutch:

1. licht licht


Omdat licht sneller reist dan geluid zien we de bliksem voordat we de donder horen.
Zijn licht is uitgegaan.
Kaas is niet licht verteerbaar.
Het begon licht te worden; de lange nacht was voorbij.
Waar licht is, is ook schaduw.
Trek de stekker van de televisie eruit en doe het licht uit.
Jouw bagage is erg licht.
Zijn mening werpt nieuw licht op de kwestie.
Zijt ge gestopt aan het rood licht?
Dat sommige mensen er geniaal uitzien voordat ze dom klinken, komt doordat licht zich sneller voortplant dan geluid.
Een vriendelijk gezicht brengt overal licht.
Deze vissen zijn gewend aan hoge druk en aan de afwezigheid van licht.
De meisjes dansten licht als een zwerm vlinders.
Je hoort de weg alleen over te steken als het licht groen is.
Mijn ogen zijn enorm gevoelig voor licht.

Dutch word "jasny"(licht) occurs in sets:

300 określeń po niderlandzku 1 - 50

2. felle felle


Overdag zien we de felle zon, en 's nachts zien we de bleke maan en de mooie sterren.
In plaats van uit te gaan eten, laat ons naar mijn huis gaan wegens de felle regen.

3. helder helder


De maan was helder vorige nacht.

4. klaar klaar


Ben je klaar?
Niemand kan denken, maar iedereen heeft zijn mening klaar.
Ge moet zeker tegen zondag klaar zijn.
Op uw plaatsen, klaar, af!
Hij stond altijd klaar om mensen te helpen die problemen hadden.
Deze is klaar voor verwijdering.
Ze maakt kip klaar op de manier die ik lekker vind.
Ze is klaar met het schrijven van een brief.
Hij zegt dat hij mij het boek zal lenen als hij ermee klaar is.
We moeten nog even afeten, maar als we klaar zijn, dan kom ik direct.
Klaar! Dat duurde niet lang, wel?
Ik had de bloemen geen water hoeven geven. Ik was er maar net klaar mee, of het begon te regenen.
Maak je klaar voor de toekomst.
Wie de vrede liefheeft, maakt zich klaar voor de oorlog.
Het begon klaar te worden en stilaan kon men iets beginnen zien.