Polish Dutch Dictionary

język polski - Nederlands, Vlaams

hamować in Dutch:

1. remmen


Ik zal de auto maar kopen als ze eerst de remmen herstellen.
Het eerste wat je als beginnend skiër moet leren, is opstaan. Daarna leer je remmen en ploegbochten maken.

2. verhinderen



3. ergens een stokje voor steken



Dutch word "hamować"(ergens een stokje voor steken) occurs in sets:

test 1 (2sem)