Polish Dutch Dictionary

język polski - Nederlands, Vlaams

dwa in Dutch:

1. twee


Elke student die afgestudeerd is aan onze universiteit heeft ten minste twee jaar Engels gestudeerd met een persoon die Engels als moedertaal spreekt.
Door gebruik te maken van Esperanto volstaat het dat elke tekst maar één maal vertaald wordt in Esperanto en maar twee maal moet verschijnen op internet, dat wil zeggen, in de originele taal van de tekst en in de Esperantovertaling daarvan.
Ja, twee.
We moesten rennen om onze overstap te halen. Om twee voor half drie kwamen we aan op spoor één, en om één over half zou onze trein vertrekken van spoor achttien.
Er zijn twee sleepliften waarmee je op de top van deze berg kan komen, een ankerlift en een pannenkoeklift.
De waarschijnlijkheid van een dergelijke opeenvolging van gebeurtenissen is een in twee miljoen vluchten, of, met de huidige dichtheid van het luchtverkeer, een in twee maanden.
Als je het geel verft, sla je twee vliegen in één klap: én het valt goed op, én je bespaart geld omdat je verf kunt gebruiken die je al in huis hebt.
Zou je eens niet een andere plaat willen opzetten? We luisteren al gedurende twee uren naar deze hier.
Toen ik hen twee tijdens een afspraakje zag, vroeg ik: "Gaan jullie trouwen?"
... Hé, hé jullie twee, gaan alle hekken los als je weet dat ik trakteer?
Niet opnieuw! Zie hoe die twee elkaar kussen. Ze staan echt in vuur en in vlam voor elkaar. Ik kan dit niet langer aanzien.
Met als uitleg dat ze niet en een echtgenote konden onderhouden, en een vliegtuig, bleven de twee broers levenslang vrijgezel.
Twee keer in de week kwam de tuinman om het gras te maaien, daarom kon ik nooit in het lange gras liggen.
Vier meter van deze stof kost negen frank; dus twee meter kost vier en een halve frank.

Dutch word "dwa"(twee) occurs in sets:

1000 najpopularniejszych słów po niderlandzku 101 ...
Lekcja 2 niderlandzki LICZBY