Indonesian Dutch Dictionary

Bahasa Indonesia - Nederlands, Vlaams

pasangan in Dutch:

1. echtgenoot echtgenoot


Zij zal voor altijd van haar echtgenoot houden.
Hij toonde zich een ideale echtgenoot.
Zij is spraakzaam, maar haar echtgenoot is helemaal tegengesteld en spreekt nooit.
Zij wist wat het voor een getrouwde vrouw betekende om voor het huis, de echtgenoot, en de kinderen te zorgen.
Ze haatte haar echtgenoot.
Een vrouw wier echtgenoot overleden is, heet een weduwe.
Mijn echtgenoot verdient honderdduizend dollar per jaar.
Hij zal een goede echtgenoot zijn.
Ze had haar echtgenoot niet graag.
Wijlen haar echtgenoot was violist.

2. paar paar


Ik heb zelf ook al een paar keer parkeerboetes betaald.
Wanneer je naar het buitenland gaat, is het nuttig om ten minste een paar beleefdheidsformules te leren in de plaatselijke taal.
De klokken luidden, terwijl het paar de kerk verliet.
De auto moet morgen naar de garage voor een grote beurt. Daar zal ik wel weer een paar honderd euro armer van worden.
Mijn moeder probeerde het paar te verzoenen.
Je kunt geen omelet maken zonder een paar eieren te breken.
Als ik je wilde bang maken, zou ik je vertellen waar ik een paar weken geleden over gedroomd heb.
Ik wil een paar lege glazen.
Er zitten een paar fouten in uw compositie.
Van onder de witte, ruige wenkbrauwen, vanuit de diepe oogkassen, kijkt een paar goedige, schalkse ogen.
Breng er maar een paar mee.
Het oude paar gaf hun zoon op als vermist.
Dringende mededeling: een paar honderd jaar geleden spraken de mensen niet zoals wij nu spreken.
Ze kocht twee paar sokken.
Ik hoop dat ik snel veel meer dan een paar zinnen ken in het Nederlands.

3. stuurman stuurman