French Dutch Dictionary

Français - Nederlands, Vlaams

bientôt in Dutch:

1. binnenkort


Binnenkort is het lente.
Tot binnenkort!
Ik zal dokter binnenkort worden.
Hij wordt binnenkort vader.
De school zal binnenkort sluiten voor de zomervakantie.
Ik zag een artikel op de Tatoebablog over een nieuwe versie die binnenkort uitkomt, hebben jullie het gelezen?
Binnenkort bloeien de meiklokjes.
Ik moet mijn haar binnenkort laten knippen.
We zullen binnenkort in staat zijn om jou in de gevangenis te plaatsen.
Je zal binnenkort gewend zijn aan Japans voedsel.

Dutch word "bientôt"(binnenkort) occurs in sets:

Frans woorden hoofdstuk 3
Frans woorden hoofdstuk 3
frans voca F
A3FRH3V A FN