Spanish Dutch Dictionary

español - Nederlands, Vlaams

olla in Dutch:

1. pot pot


Bob vulde de pot met water.
De pot verwijt de ketel.
Al wat je nodig hebt, is lekkere kaas en een pot zwarte kersenjam.
Er is geen pot zo scheef, of er past wel een deksel op.
Voor een pot uit klei is een ijzeren pot een gevaarlijke buur.