Spanish Dutch Dictionary

español - Nederlands, Vlaams

oir in Dutch:

1. horen horen


hij had op tijd horen te zijn
Er bestaan verschillende manieren om dingen uit te drukken die men van horen zeggen heeft.
Omdat licht sneller reist dan geluid zien we de bliksem voordat we de donder horen.
Kan je mij horen?
bij elkaar horen; hij hoort bij familie; het hoort niet!
Luisteraars achteraan horen de piano niet goed.
Ik was blij haar stem te horen, maar haar eerste zin was: "Ik dacht al dat ge mij vergeten waart."
Hebt ge haar al horen zingen op een podium?
Gisternacht heb ik honden horen huilen.
Zo te horen hebben jullie het wel naar je zin gehad op de kermis.
Hij heeft de klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt.
Je stem is op geen enkele manier te horen, gebruik a.u.b. een mikrofoon.
Ik wil niets meer horen van je geklaag.
Een compliment is een klein bericht om uit te spreken, maar groots om te horen.
Je hoeft niet te loeien. Ik kan je zo ook wel horen.

Dutch word "oir"(horen) occurs in sets:

WERKWOORDEN SPAANS TOETSWEEK A2A