English Dutch Dictionary

English - Nederlands, Vlaams

we in Dutch:

1. wij


Bestaan wij?
Er is veel volk, daarom hebben wij vandaag gekozen voor een buffetmaaltijd.
Wij willen internationaal zijn.
Vandaag doen wij een experiment dat verband houdt met de Wet van Ohm.
Gelukkig vonden wij een ontsnappingsweg.
De kapitalisten verkopen ons het koord waaraan wij hen zullen ophangen.
Mochten deze mail en uw betaling elkaar gekruist hebben, dan verzoeken wij u deze herinnering als niet verzonden te beschouwen.
Ik, gij, hij, zij, het, wij, gij, zij zijn persoonlijke voornaamwoorden.
Door elkaar te corrigeren worden wij allen beter in Esperanto.
Tatoeba: Kom bij de duistere kant. Wij hebben chocoladekoekjes.
Nu lees ik, lees jij en leest hij; wij lezen allen.
Ik probeerde hem duidelijk te maken dat wij niet verantwoordelijk waren voor zijn fout, maar hij wilde niet luisteren.
Om veiligheidsredenen zullen wij een waarschuwing op de voorkant van het apparaat aanbrengen.
Gelieve dit formulier in te vullen en te wachten tot wij iets laten weten.

Dutch word "we"(wij) occurs in sets:

De personen - People
People - De personen
2000 Most Used Dutch Words (1/2)
Werkwoorden op frekwentie