English Dutch Dictionary

English - Nederlands, Vlaams

umbrella in Dutch:

1. paraplu paraplu


Mag ik je paraplu lenen?
Het kan zijn dat ze haar paraplu in de bus gelaten heeft.
Hij verliest steeds zijn paraplu.
Toen ik zag dat het regende, heb ik mijn paraplu gepakt.
Ze heeft haar paraplu mogelijk in de bus achtergelaten.
Ik heb mijn paraplu in een bus laten liggen.
Vergeet geen paraplu mee te nemen voor het geval dat het regent.
Dit is niet mijn paraplu, het is die van iemand anders.
Deel mijn paraplu alsjeblieft.
Ik laat mijn paraplu altijd achter in de trein.
Ik ben mijn paraplu ergens in het park verloren. Ik moet een nieuwe kopen.
Om zich te verdedigen, gebruikte hij zijn paraplu.
Is dat uw paraplu?
Als ge een paraplu nodig hebt, kunt ge er een lenen.
Hij heeft een paraplu nodig.