English Dutch Dictionary

English - Nederlands, Vlaams

pleasant in Dutch:

1. heerlijk heerlijk


Mijn vader maakte me een heerlijk middagmaal.
Watermeloen smaakt heerlijk op een hete dag.
Na een stevige regenbui geurt het gras zo heerlijk.
Dat smaakt heerlijk

2. aangenaam


Aangenaam kennis te maken.
Een aangenaam feest!
Deze kamer is aangenaam om in te werken.
Wanneer ik mijn planten in huis water geef, word ik aangenaam rustig.
Je lieflijke stem klonk me zeer aangenaam in de oren.
Het was moeilijk voor mij om aangenaam over te komen naar anderen toe.
Hebt ge een aangenaam weekend gehad?
Hoe is het weer daar? "Het is aangenaam."
Mijn oude vriend ontmoeten was erg aangenaam.
Ik wens u een aangenaam verblijf.
Het feest was allesbehalve aangenaam.
Maar het werk op de boerderij was aangenaam.
Het was aangenaam en warm in huis.
Het is aangenaam voor Mike, met Yumi te spreken.
Het gezang van de vogels is aangenaam.