English Dutch Dictionary

English - Nederlands, Vlaams

ordinary in Dutch:

1. gewoon


De mensen hier zijn de koude gewoon.
Onze koters zijn altijd de hort op - in de speeltuin, bij vriendjes, op het schoolplein... Zelden spelen ze gewoon thuis.
Kies gewoon drie boeken uit, maakt niet uit welke.
Optimisme is gewoon een gebrek aan informatie.
Hij krabde aan zijn hoofd, zoals hij gewoon was.
Waarom ga je niet gewoon naar die meneer toe en vraag je het hem? Hij zal je heus niet opeten.
Ik dacht altijd dat een hartaanvaal gewoon de manier was waarop de natuur je vertelt dat je moet sterven.
Weet jij waar mijn sleutel is? Ik zie hem nergens. "Dan kijk je zeker met je neus, want hij ligt gewoon op tafel."
Ik heb verschrikkelijke haast... om redenen die ik niet kan noemen, antwoordde Dima de vrouw. "Laat me alstublieft gewoon dat pak daar passen."
Het ontbreekt haar geenszins aan welwillendheid. Ze is gewoon verlegen.
Na drie maanden was hij het stadsleven gewoon.
Herinnert gij u nog de voornaam van uw grootmoeder?- Neen, ik noemde haar altijd gewoon oma.
Als jullie de lessen van het seminar "Corruptiebestrijding binnen het bedrijf" niet willen volgen, kunnen jullie ook 200 hryvnia betalen en het certificaat gewoon zo ontvangen.
Nou gewoon, thuis.