English Dutch Dictionary

English - Nederlands, Vlaams

finger in Dutch:

1. vinger vinger


De spintol prikte in de vinger van de prinses.
Ze sneed haar vinger aan een glasscherf.
Snij niet in uw vinger.
O nee, ik heb mijn vinger per ongeluk afgezaagd! Wat nu?
De lerares wees met haar vinger naar mij en vroeg me om met haar mee te komen.
Koel uw verbrande vinger met stromend water.
Ik heb zojuist in mijn vinger gesneden.