English Dutch Dictionary

English - Nederlands, Vlaams

eight in Dutch:

1. acht


Mijn broer is acht jaar oud.
Vijf plus drie is gelijk aan acht.
Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien.
De uitstap duurt minstens acht uur.
De jongen sliep acht uur.
Alles in acht genomen heeft hij een gelukkig leven.
Het is ongeveer acht kilometer.
De bevolking in China is acht keer groter dan die in Japan.
Acht is het dubbele van vier.
Een ongeduldige bestuurder stak de kruising over zonder acht te geven aan het rode stoplicht.
Aan acht jaar begon ze te dansen.
Ik word gewoonlijk wakker om acht uur.
Ik vroeg hem om acht uur te komen, maar hij kwam pas om negen uur.
Ik heb acht broers en zussen.
Om acht uur zal ik bij u thuis zijn.

Dutch word "eight"(acht) occurs in sets:

De populairste Engelse woorden 701 - 750
Welkom (1) - Czytanka
Getalen - Numbers
2000 Most Used Dutch Words (1/2)
engels cijfers