English Dutch Dictionary

English - Nederlands, Vlaams

earthquake in Dutch:

1. aardbeving aardbeving


Er waren voortekens van de aardbeving.
Hebt ge een aardbeving gevoeld deze nacht?
Slechts twee mensen overleefden de aardbeving.
Volgens de krant was er een aardbeving in Mexico.
Deze morgen was er een aardbeving.
Vanmorgen bij het ochtendgloren was er een lichte aardbeving.
Toen de grote aardbeving gebeurde, was ik pas tien jaar.
De stad voorzag de slachtoffers van de aardbeving van eten en dekens.
Onze trein is vijf uur blijven staan wegens een aardbeving.
De aardbeving heeft ook honderdvijftig doden veroorzaakt.
We hadden een aardbeving gisteravond.